Meer

Inhoud

§ Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Het weerstandsvermogen is nodig om risico’s in de exploitatie op te vangen: zonder weerstandsvermogen levert iedere tegenvaller een probleem op bij een sluitende begroting. Hoe hoger de risico’s, hoe hoger de weerstandscapaciteit (bijvoorbeeld reserves of ruimte in tarieven) moet zijn. Het gaat hier dus om de robuustheid van de begroting. 

Deze paragraaf beschrijft de risico’s waarmee de gemeente geconfronteerd kan worden, welke financiële buffers daar tegenover staan en hoe de risico’s beheerst kunnen worden.

De paragraaf bestaat uit de volgende delen:

  1. Beleidskader;
  2. Structurele weerstandscapaciteit;
  3. Incidentele weerstandscapaciteit;
  4. Conclusie weerstandscapaciteit;
  5. Risicobeheersing;
  6. Relatie tussen risico’s en weerstandscapaciteit;
  7. Kengetallen en weerstandsratio

Beleidskaders

Artikel 11 van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) beschrijft het volgende over het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.
De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat tenminste:

  • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
  • een inventarisatie van de risico’s;
  • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s;
  • een kengetal voor de netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit;
  • een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

De weerstandscapaciteit van een gemeente is de buffer die aanwezig moet zijn om mogelijke risico’s af te dekken. Het gaat hierbij om het vermogen dat aanwezig is om risico’s financieel af te kunnen dekken, zonder dat de bedrijfsvoering in gevaar komt.
Dit in de wetenschap dat de risico’s zich nooit allemaal tegelijk zullen voordoen.
De vragen die we ons stellen zijn:

  • Heeft de gemeente de mogelijkheid om bij een sterke daling van het eigen vermogen de tarieven te verhogen?
  • Zijn er mogelijkheden om de kosten die nu binnen de bestemmingsreserves worden afgedekt binnen de reguliere begroting te dekken?

De gemeente Heerde wil daarbij structurele risico’s afdekken met structurele weerstandscapaciteit en incidentele risico’s afdekken met incidentele weerstandscapaciteit.
Bij de behandeling van de laatste nota van reserves en voorzieningen is afgesproken dat de beleidsuitgangspunten met betrekking tot het weerstandsvermogen overzichtelijk in beeld gebracht gaan worden. Deze worden hieronder opgesomd.
De basis van bepaling van de ruimte van ons structureel weerstandsvermogen is een vergelijking met de duurste gemeente van Nederland. Hierbij past de kanttekening dat dit bij daadwerkelijke invulling in de politiek op grote weerstand stuit. Niettemin wordt er inzicht gegeven in de theoretische “speelruimte” van de OZB tarieven. Wij baseren ons hierbij op de COELO cijfers. Naast deze basis wordt ter informatie aangegeven hoeveel ruimte er beschikbaar is in de OZB tarieven tot de artikel 12 norm. Hierbij baseren wij ons op provinciale gegevens.
De tijdelijke reserves worden niet meegenomen als weerstandscapaciteit. Deze tijdelijke reserves zijn bedoeld voor budgetoverheveling van het ene jaar naar het ander jaar. De reserve wordt dan gebruikt als de activiteit in het daaropvolgende jaar wordt uitgevoerd.
Onze totale reservepositie wordt ingezet als weerstandscapaciteit. Verder zijn de tijdelijke reserves uitgezonderd (zoals hierboven staat toegelicht).
De post onvoorzien in de exploitatie wordt niet meegenomen als weerstandscapaciteit omdat deze post bedoeld is om de begroting op een soepele manier uit te voeren en in eerste instantie niet om risico’s op te vangen.
Stille reserves worden alleen meegenomen als weerstandsvermogen als deze binnen 2 jaar liquide (dus in geld zijn om te zetten) zijn te maken.
De risico top 10 in deze paragraaf zullen worden toegelicht met:

  • Een omschrijving van het risico;
  • De hoogte van het risicobedrag;
  • Wijze van berekening van het risicobedrag;
  • De maatregelen ter beheersing van het risico.

De weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s wordt zichtbaar gemaakt in een tabel en tevens uitgedrukt in een weerstandsratio.
De raad heeft op 9 maart 2015 bij de behandeling van de nota reserves en voorzieningen 2015 de beleidslijn uitgesproken dat bij toekomstige jaarrekeningoverschotten zo veel als mogelijk bedragen toegevoegd worden aan de niet geblokkeerde Algemene Reserve, om zodoende het solvabiliteitspercentage toe te laten nemen. Dit toevoegen aan de reserve zal steeds per expliciete besluitvorming worden voorgelegd aan de raad.

Structurele weerstandscapaciteit

Structurele weerstandscapaciteit is het vermogen om onverwachte structurele tegenvallers in de begroting (bijvoorbeeld een hogere uitgave voor de WWB of een lagere Algemene Uitkering) op te vangen, zonder dat dit gevolgen heeft voor de voortzetting van de taken. De gemeente Heerde heeft op de OZB-heffing na, nagenoeg geen resterende structurele belastingcapaciteit meer. De afvalstoffenheffing, rioolheffing en begrafenisrechten zijn maximaal kostendekkend en kunnen dus niet meer worden verhoogd. Om de weerstandcapaciteit te beïnvloeden kunnen ook de kosten worden verlaagd. De gemeente heeft al diverse bezuinigingsronden gehad. Hierbij zijn vele bezuinigingen verwerkt in de begroting.

 

Gemiddelde woonlasten

Er is geen maximum gebonden aan het tarief van de OZB, maar er is wel een macronorm om er voor te zorgen dat er landelijk niet boven de norm OZB geheven wordt. Er volgt dan mogelijk een korting op de Algemene Uitkering. Voor het jaar 2017 is deze macronorm vastgesteld op 1,97%. In het jaar 2016 was er landelijk een overschrijding van de macronorm van € 28,7 miljoen. Bij het vaststellen van het percentage van 1,97% is met deze overschrijding rekening gehouden. Overigens zijn er geluiden om de macronorm geheel af te schaffen omdat dit geen effectief beheersingsinstrument is gebleken. Het kabinet wil met een voorstel komen om vanaf 2019 een verschuiving te realiseren van € 4 miljard van de inkomstenbelasting naar het gemeentelijk belastinggebied. Er vindt hiertoe nu een onderzoek plaats die in het voorjaar 2017 via een rapportage wordt aangeboden aan de Tweede Kamer.

 

De gemiddelde woonlast in Heerde is € 833,- (COELO 2016). De duurste gemeente is € 1.215,-. Als Heerde dit bedrag over zou nemen, dan zou er nog een structurele ruimte zijn van € 2,9 miljoen.

 

De structurele ruimte in de OZB tarieven die er volgens de artikel 12 norm nog aanwezig is, is € 442.000,-. Deze gegevens zijn verstrekt door de provincie Gelderland en zijn gebaseerd op de begroting 2017. In het kader van realistisch ramen gaan we met ingang van de begroting 2018 niet meer baseren op de duurste gemeente, maar op de hier beschreven ruimte in de OZB tarieven volgens de artikel 12 norm.

 

De structurele risico’s in deze paragraaf zijn € 1.415.500,-. Afgezet tegen de € 2,9 miljoen ruimte die we nog hebben ten opzichte van de duurste gemeente kan de conclusie getrokken worden dat wij die ruimte hebben.

Maar, het ramen van deze risico’s moet wel in het juiste perspectief worden gezien. Het is nog geen uitgaaf en niet alle risico’s zullen zich naar verwachting op hetzelfde moment voordoen.

 

Onvoorzien

Soms wordt ook de post onvoorzien als structurele weerstandscapaciteit gezien. In Heerde is de post onvoorzien structureel geraamd op € 50.000,-. In feite is deze post bedoeld om de begroting op een soepele manier uit te voeren en in eerste instantie niet om risico’s op te vangen. Voor bepaling van de weerstandscapaciteit is onvoorzien daarom niet meegenomen.

Incidentele weerstandscapaciteit

Incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen om onverwachte éénmalige tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken. De incidentele weerstandscapaciteit valt samen met de reserves. 

De reservepositie van de gemeente Heerde bedraagt € 16,4 miljoen per 1 januari 2017. Dat is de optelsom van de Algemene Reserve en de Bestemmingsreserves geblokkeerd. *In deze stand is het weerstandsvermogen afgewaardeerd met een bedrag van € 763.159,- in verband met het negatief resultaat van de jaarrekening 2016. Dit resultaat wordt behandeld in de raad van 3 juli 2017. 

Voor de volledigheid zijn in het overzicht ook de tijdelijke reserves zichtbaar gemaakt. Het uitgangspunt van deze reserves is dat ze op korte termijn worden aangewend en dus niet als weerstandsvermogen worden gezien.

 

 

Ontwikkeling reserves

Hieronder volgt de ontwikkeling van de totale reserves (in milj.)

                                     2011    2012    2013    2014   2015     2016

Reserves                  15,6*   14,5*   15,2*   16,9* 16,5*    16,6*

(* inclusief tijdelijke reserves i.v.m. budgetoverhevelingen omzetting van voorzieningen naar reserves).

 

Algemene reserve

De Algemene Reserve bestaat uit de Algemene Reserve en de Algemene Reserve Grondexploitatie. De Algemene Reserve is bedoeld om risico’s in de gewone exploitatie op te vangen en de Reserve Grondexploitatie die van de grondexploitatie. Bij de nieuw op te stellen 'nota reserves en voorzieningen' wordt bekeken of deze reserves kunnen worden samengevoegd.

Bestemmingsreserves

Bestemmingsreserves hebben, zoals de naam al aangeeft, een bestemming voor kosten in de exploitatie. Het bovenstaande overzicht laat zien dat er € 6,8 miljoen aan bestemmingsreserves zijn. 

Stille reserves

Er zijn stille reserves als de marktwaarde van de bezittingen (activa) de boekwaarde daarvan overstijgt. In principe dragen stille reserves bij aan de weerstandscapaciteit: bij een substantiële tegenvaller kan een deel van de bezittingen worden verkocht tegen een hogere waarde dan de boekwaarde, waardoor boekwinst ontstaat. Deze boekwinst kan gebruikt worden om de tegenvaller op te vangen. Ook investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut kunnen worden gezien als stille reserves, omdat deze investeringen niet alle geactiveerd kunnen worden. Maar er is alleen sprake van stille reserves als ze direct liquide gemaakt kunnen worden, om meegeteld te mogen worden voor de weerstandscapaciteit. Zo is vrije verkoop van onroerend goed niet aan de orde als de gebouwen worden gebruikt voor de eigen huisvesting. Op dit moment staan een aantal vrijkomende locaties en ander vastgoed te koop. Deze locaties hebben nog een boekwaarde en ze worden verkocht door middel van uitnodigingsplanologie. Verder zijn er nog een aantal groenstroken te koop. De verwachting is dat deze beide posten tezamen (vrijkomende locaties en groenstroken) op korte termijn een opbrengst gaan halen van € 50.000,-. De stille reserve kan dus bepaald worden op deze € 50.000,-.

Conclusie weerstandscapaciteit

Structureel:

De totale structurele weerstandscapaciteit wordt bepaald op de ruimte die Heerde heeft in relatie tot de gemeente met de duurste woonlasten, zijnde € 2.900.000,-. 

Incidenteel:

De incidentele weerstandscapaciteit heeft een omvang van € 16,4 miljoen en is aanwezig in de reserves en stille reserve.

Risicobeheersing

Deze paragraaf bevat de top 10 risico’s (volgorde van groot risico naar klein).

In de top 10 is aangegeven:

  • Omschrijving (van het risico);
  • Hoogte van het risicobedrag;
  • Wijze van berekening;
  • Beheersing van het risico;
  • Voor sommige risico’s is het moeilijk een risicopercentage te berekenen. Dat is dan aangegeven. In die gevallen is voorzichtigheidshalve in de reservepositie dan toch rekening gehouden met tegenvallers. Nieuw in dit onderdeel is dat ook de realisatie van het risico van het jaar 2016 wordt vermeld.

1. Bedrijvenpark Hattemerbroek

Omschrijving

In juni 2013 werd het Vernieuwd Perspectief van het Bedrijvenpark door de drie gemeenten onderschreven. Het Bedrijvenpark moet zich vooral richten op het aantrekken van bedrijven in de logistieke sector. Aan de randvoorwaarden om dat mogelijk te maken is met voortvarendheid gewerkt:

  1. Het Bedrijvenpark is aangewezen als ‘bovenregionaal’ bedrijventerrein.
  2. De ontwerpbestemmingsplannen voor beide plandelen (Oldebroek en Hattem) hebben ter inzage gelegen. Vaststelling is gepland in het vierde kwartaal van 2017.
  3. Een nieuw op- en afrittenstelsel als aansluiting van het bedrijvenpark op de A28. De bestemmingsplanprocedure bevindt zich in de voorbereidingsfase. Vaststelling is gepland in het vierde kwartaal van 2017.
  4. Het ontwikkelings- en financieringsplan voor het nieuwe op- en afrittenstelsel is afgerond. 

In 2016 zijn gronden verkocht:

  • grondverkoop van circa 1,2 ha, geëffectueerd in 2016;
  • grondverkoop van 3,3 ha, geëffectueerd in 2016;
  • grondverkoop van circa 6,5 ha, te transporteren in 2017 en 2019.

 In het kader van de risicoanalyse is de plausibiliteit van grondexploitatieberekening van het Bedrijvenpark door de accountant van het Bedrijvenpark en de gemeenten getoetst en zijn de gekozen uitgangspunten – o.a. rente, kosten & opbrengstenniveau en uitgifte tempo – reëel bevonden. Op basis van de uitkomsten van een eerdere analyse (2014) is een verliesvoorziening ingesteld, ter hoogte van € 765.000,- per gemeente. Op basis van de actuele grondexploitatieberekening (mei 2017) is een verliesvoorziening van € 512.000,- per gemeente nodig. Voorzichtigheidshalve (en om jaarlijkse fluctuaties te voorkomen) wordt de verliesvoorziening op het huidige niveau gehandhaafd.

 Verder calculeren wij twee risico’s:

  1. Een risico op de garantstelling ten opzichte van de financiers. Wij hebben dat risico bepaald op 10% van het bedrag waarvoor we garant staan;
  2. Een risico op de garantstelling voor de financiering van het nieuwe op en afrittenstelsel.

Realisatie risico van 2016

Bij de begroting 2016 werd dit risico ingeschat op € 1.300.000,-. Dit risico heeft zich in het jaar 2016 niet voorgedaan.

 

Hoogte van het risicobedrag

Het nieuwe risicobedrag wordt vastgesteld op € 2.050.000,-.

 

Wijze van berekening

Door elk van de drie gemeenten is voor een bedrag van € 13 miljoen aan garantstelling ten opzichte van de financiers verleend. Wij stellen het risicobedrag vast op 10% van deze € 13 miljoen.

Door elk van de drie gemeenten is voor een bedrag van € 1 miljoen garantstelling verleend voor de financiering van het nieuwe op en afrittenstelsel. Het risicobedrag is vastgesteld op 75% van € 1 miljoen.

 

Beheersing van het risico

Om de risico’s te beheersen wordt er periodiek een risicomanagementrapportage opgesteld voor de betrokken gemeenten en wordt jaarlijks een grondexploitatieberekening en een liquiditeitsprognose gemaakt door het Bedrijvenpark.

2. Grondexploitatie

Omschrijving

De grondexploitatie is een onderdeel van de totale gemeentelijke exploitatie. Het is een activiteit waar veel geld in omgaat en veel risico’s gelopen worden. In de jaarrekening 2016 zijn 6 gemeentelijke complexen opgenomen die in uitvoering zijn. (zie hiervoor verder de paragraaf Grondbeleid en het MPG dat vertrouwelijk bij de stukken ter inzage ligt). 

 

Realisatie risico van 2016:

Bij de begroting 2016 werd dit risico ingeschat op € 960.000,-. Dit risico heeft zich in 2016  bijna niet voorgedaan. Na de hercalculatie van de exploitatieopzetten was het beperkt nodig om een verlies te nemen (€ 6.000,- Wezeweg).

 

 Hoogte van het nieuwe risicobedrag

 A. Risico’s in complexen:

  • reeds lopende complexen (vakterm is “IEGG in exploitatie genomen gronden”)

Over het totaal van de 6 complexen met een boekwaarde van ad. € 7.167.000,- wordt een risicobedrag berekend van gem. 7,7%. Het risicobedrag is afgerond € 550.000,-.

B. Overige risico’s zoals: 

  • niet nakomen van verplichtingen door derden op grond van exploitatieovereenkomsten,
  • gewijzigde omstandigheden na vaststelling exploitatiebijdragen,
  • calculatierisico’s,
  • planschadevergoedingen.
  • invoering Vennootschapsbelasting (VPB) dat vooral voor de grondexploitaties grote gevolgen kan hebben.

De overige risico’s worden bepaald op € 300.000,-.

Benodigd weerstandsvermogen Grondexploitatie A + B is € 850.000,-.

 

Wijze van berekening

Het risico wordt bepaald met behulp van de Risman methode. Hierbij wordt het risico berekend door de formule kans x risico. De optelsom van alle risico’s van alle complexen wordt hierboven onder “hoogte van het risicobedrag” vermeld. De berekeningen zijn om strategische redenen niet openbaar.

 

Beheersing van het risico

Om de risico’s te beheersen is het beleid dat de grondexploitatieberekeningen 2 maal per jaar worden herzien. De resultaten van de berekeningen worden opgenomen in het MPG (Meerjaren Prognose Grondexploitatie). Dit verslag wordt u aangeboden bij het vaststellen van de jaarrekening en de najaarsnota. 

Bij grondexploitaties die in exploitatie zijn genomen (IEGG) wordt de geactualiseerde grondexploitatieberekening als basis genomen voor de risicoberekening. In deze exploitatieberekening wordt een reële schatting gemaakt van de kosten, verkoopprijzen en fasering van de verkoop van de gronden. Deze schatting wordt onder andere gemaakt door het uitgiftetempo van de te verkopen gronden te beoordelen, de ontwikkelingen van marktomstandigheden te bekijken zoals de doorstroming op de huizenmarkt, hoogte van hypotheekrente, maatregelen van hypotheekverstrekkers enz. 

 3.  Drie decentralisaties

De gemeente is verantwoordelijk voor de Participatiewet, de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. De decentralisaties zijn gepaard gegaan met flinke kortingen. De risicoberekening in de begroting 2016 over het Sociaal Domein was uitgegaan van de batenkant, dus vanuit de budgetten die het rijk heeft overgemaakt aan de gemeenten. De ontvangsten hebben zich ook voorgedaan zoals begroot, dus in die zin was er geen sprake van een risico. Maar vanaf de begroting 2018 zal de risicoberekening opgesteld gaan worden op basis van de kosten van het Sociaal Domein. Omdat we de uitgaven nu realistisch ramen geeft dit een meer reëler beeld van de risico’s. Toch is het voorgeschreven dat deze paragraaf weerstandsvermogen ook een actuele doorkijk moet geven van de risico’s (niet die van 2016) en daarom wordt voor de actuele risicoberekening nu nog even de oude systematiek aangehouden.  De stelpost economische crisis (structureel in de begroting) van € 245.000,- kan zo nodig worden ingezet voor tekorten voor de drie decentralisaties. Dit is des te noodzakelijker omdat wij met ingang van 2016 realistisch ramen voor de decentralisaties. Voor het jaar 2016 was het niet nodig gebleken deze post in te zetten. Deze stelpost was daarom in de najaarsnota 2016 aangewend voor andere zaken. Voor de begroting worden de hieronder berekende risicobedragen gecorrigeerd met deze stelpost. We zitten volop in het proces van transformatie. We richten ons steeds meer op preventieve activiteiten en algemene voorzieningen om de drempel voor de inwoner zo laag mogelijk te houden, maar ook deze vormen moeten bekostigd worden. Bovendien waren we verplicht om met ingang van 1 januari 2017 de algemene voorziening schoon en leefbaar huis aan te besteden en hiervoor een kostprijs per uur te hanteren in plaats van de ook in 2016 gehanteerde systematiek waarbij vooraf het maximale subsidiebedrag bekend was.

A Participatiewet

Omschrijving

Het participatiebudget in het gemeentefonds voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening en re-integratie voor Heerde was voor het jaar 2016 € 2.659.584,-. 

 

Realisatie risico van 2016

Bij de begroting 2016 werd dit risico ingeschat op € 150.000,-. Dit risico heeft zich in 2016 niet voorgedaan. De ontvangsten over het participatiedeel waren € 26.000,- hoger dan geraamd.

 

 Hoogte van het risicobedrag

Het nieuwe risico is berekend op € 145.000,-.

 

Wijze van berekening

Voor het jaar 2017 ontvangen wij een bedrag van € 2.450.283,- (decembercirculaire 2016). Dit budget neemt voor 2018 af met € 162.000,- en voor 2019 nog weer met € 123.000,-. Hier ligt het grootste risico. Dit betekent dat de blijfkans van de huidige inwoners die gebruik maken van de Wet sociale werkvoorziening mede het risico bepaalt. Bovendien zetten wij sterk in op uitstroom naar werk, maar daarbij gaan de kosten voor de baten uit.

 

Beheersing van het risico

Binnen de Gemeenschappelijke Regeling (GR) van de Feluagroep met Apeldoorn en Epe is het afgelopen jaar onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van een toekomstbestendig SW bedrijf, rekening houdend met de instroomstop van de WSW. Het project Door naar Werk clustert de expertise van de medewerkers Werk van de gemeente Apeldoorn, Epe en mogelijk ook die van Heerde (doelmatigheid) met de expertise van de (ambtelijk) medewerkers van Feluagroep. Dit heeft geleid tot het nieuwe werkbedrijf Lucrato. In 2017 vindt besluitvorming plaats over de vraag in welke mate Heerde in Lucrato gaat participeren. Uitgangspunt blijft om zoveel mogelijk WSW-ers extern bij een werkgever te plaatsen. Dit leidt tot verlaging van de loonkosten.

 

B Extramurale AWBZ-zorg/WMO

Omschrijving

De gemeente is verantwoordelijk voor de extramurale begeleiding in het algemeen en, voor zover in het verlengde van de begeleiding, de extramurale persoonlijke verzorging van mensen met een verstandelijk of zintuiglijke beperking en psychiatrische problematiek én beschermd wonen. Ook blijft de gemeente verantwoordelijk voor een schoon en leefbaar huis van die inwoners die daarin zelf of met behulp van hun omgeving niet kunnen voorzien. De mate waarin de gemeente bijdraagt in de financiering hiervan is door de raad bepaald, door een bandbreedte aan te geven van de eigen bijdrage. Dit budget was voor het jaar 2016 € 2.892.374,-. In 2017 wordt de uitvoering van Beschermd Wonen binnen de gemeente Heerde belegd. Voorheen lag dit bij de centrumgemeente Apeldoorn. 

 

Realisatie risico van 2016

Bij de begroting 2016 werd dit risico ingeschat op € 289.000,-. Dit risico heeft zich in 2016 niet voorgedaan. De ontvangsten sloten precies aan met de begroting.

 

Hoogte van het risicobedrag

Het nieuwe risicobedrag voor deze taken is berekend op € 242.000,-.

 

Wijze van berekening

Voor het jaar 2017 ontvangen wij van het rijk een bedrag van € 2.420.581,- (decembercirculaire 2016). Voor de jaren 2018 en 2019 wordt dit bedrag nog verder verlaagd met respectievelijk € 38.000,- en € 28.000,-. Wij berekenen het risico op 10% van het budget van 2017.

 

Beheersing van het risico

Om de effecten van de ombuigingen te compenseren en beheersen wordt gebruik gemaakt van:

  • De mogelijkheden van mensen met een beperking en hun netwerk te onderkennen, te ondersteunen en optimaal in te zetten;
  • In te zetten op preventie in samenwerking met voorliggende voorzieningen zodat zwaardere en intensievere ondersteuning voorkomen wordt;
  • Voorliggende en algemene voorzieningen als het kan, individuele voorzieningen als het moet.

 

C Jeugdzorg

Omschrijving

Voor het jaar 2016 hebben wij € 3.314.378,- aan budget ontvangen.

 

Realisatie risico van 2016

Bij de begroting 2016 werd dit risico ingeschat op € 325.000,-. Dit risico heeft zich in 2016 niet voorgedaan. De ontvangsten sloten precies aan met de begroting.

 

Hoogte van het risicobedrag

Het nieuwe risico is berekend op € 320.000,-.

 

Wijze van berekening

De berekening van dit bedrag is gebaseerd op 10% van het berekende budget voor het jaar 2017 van € 3.199.951,-.

 

Beheersing van het risico

Volgens de decembercirculaire 2016 kan voor het jaar 2017 gerekend worden op een bedrag van €  3.199.951,-. Voor de komende jaren blijft dit bedrag min of meer gelijk.

Hierbij is rekening gehouden met de opgelegde kortingen van het rijk en het objectief verdeelmodel. Het risico voor de Jeugdzorg bestaat uit een toename van de vraag naar voorzieningen. Door de inzet van ambulante werkers aan de voorkant in het team Jeugd willen wij de kosten voor de voorzieningen Jeugdhulp beperken. Dit heeft echter tijd nodig. Bovendien hebben aanbieders de mogelijkheid om binnen 5 jaar te declareren. Uiteraard proberen we wel zo veel mogelijk duidelijkheid te krijgen. We hebben wel te maken met indexeringen die hoger kunnen liggen dan de door ons gehanteerde lijn van 1,2%. Deze worden namelijk in regioverband bepaald. Ook wordt een deel van de indicaties voor ZIN (zorg in natura) afgegeven door (jeugd-) artsen en rechters. Op (de hoogte van) deze indicaties heeft de gemeente geen invloed. De kosten komen echter wel voor onze rekening. 

Het risico wordt verkleind door voor zeer specialistische, bovenregionale, jeugdhulp solidair te zijn. Naast transitie wordt ingezet op transformatie om uit te komen met minder beschikbare middelen. Verdere samenwerking kan de risico’s ook verkleinen, maar kan ook leiden tot een solidariteitsbijdrage terwijl de werkelijke kosten voor ons onevenredig zijn. Daarnaast proberen we meer invloed te krijgen op de ZIN door samenwerking met huisartsen te zoeken.

 4. Algemene Uitkering

Omschrijving

Een belangrijk risico vormt de stabiliteit van onze belangrijkste bron van inkomsten: De Algemene Uitkering. Deze Algemene Uitkering is een onderdeel van het gemeentefonds. Het gemeentefonds betreft 57%  inkomsten inclusief de 3 decentralisaties, ten opzichte van het totaal baten in de exploitatie. Gemeenten zijn afgelopen jaren geconfronteerd met diverse opkomende taakstellende kortingen zoals de forse korting in verband met het niet doorgaan van de afschaffing van het BTW-Compensatiefonds en de korting Onderwijshuisvesting. En nog steeds zijn er diverse onzekerheden met betrekking tot het correct ramen van de algemene uitkering. We benoemen: 

  • Het ingebouwde plafond BTW-compensatiefonds van 3,1 miljard;
  • Uitname uit het gemeentefonds oplopend tot € 975 miljoen voor lagere apparaatskosten in verband met opschaling tot 100-150 gemeenten in het jaar 2025;
  • Discussie of de overige eigen middelen (OEM) een rol gaan spelen in de verdeling van het fonds;
  • Wisselende uitkeringsfactoren;
  • Ontwikkelingen in accressen, afhankelijk van de uitgaven van het Rijk;
  • Aanpassingen van maatstaven en bijbehorende tarieven. In het bijzonder kunnen hier de schommelingen van het aantal bijstandsontvangers genoemd worden.

 

Realisatie risico van 2016:

Bij de begroting 2016 werd dit risico ingeschat op € 375.000,-. Dit risico heeft zich in 2016 niet voorgedaan. Er is ruim € 50.000,- meer ontvangen dan geraamd.

 

Hoogte van het risicobedrag

Wij berekenen het nieuwe risico voor het maken van een juiste raming op € 375.000,-.

 

Wijze van berekening

Van veel van de bovengenoemde risico’s is het niet mogelijk een reële schatting te maken. Het risicobedrag is daarom berekend door het risico te schatten op 3% van de Algemene Uitkering van afgerond € 12,5 miljoen. Dit percentage is een langjarig gemiddelde van het accres. Accres is de jaarlijkse toevoeging aan het fonds dat in de pas loopt met de ontwikkelingen in de rijksbegroting.

 

Beheersing van het risico

Een individuele gemeente kan nauwelijks invloed uitoefenen op de hoogte van de uitkering. Vrijwel maandelijks ontvangt de gemeente specificaties met wijzigingen in maatstaven en tarieven. Deze ontwikkelingen worden nauwlettend in de gaten gehouden. Waar nodig zal een verklaring voor verschillen gezocht moeten worden en anders actie ondernomen moeten worden. Verder worden er jaarlijks minimaal twee circulaires uitgegeven waarin de nieuwste gegevens en ontwikkelingen staan. Op basis van deze circulaires kunnen gemeenten een nieuwe berekening maken van de Algemene Uitkering. Wij maken hiervoor gebruik van het programma Pauw van Frontin Pauw. Via nieuwsbrieven geeft deze organisatie ook tips en belangrijke aandachtspunten mee voor de berekeningen. Naar aanleiding van deze nieuwe berekeningen wordt de begroting overeenkomstig aangepast.

 

5. Loon en prijspeil

Omschrijving

De begroting 2016 is gebaseerd op het loon- en prijspeil van het jaar 2015. Er was rekening gehouden met 2% loonkostenstijging en 1% voor prijsstijgingen. Het prijspeil is in werkelijkheid gestegen met 0,32%. Dat is berekend uit het CPI alle huishoudens van 100 voor 2015 en 100,32 voor 2016 (prijspeil 2015=100). 

 

Realisatie risico van 2016

Bij de begroting 2016 werd dit risico ingeschat op € 182.000,-. Dit risico heeft zich gezien het lagere inflatiepercentage in 2016 niet voorgedaan. Omdat de gemeentelijke uitgaven zich anders voor kunnen doen dan waar het CPI index percentage rekening mee houdt, is het niet mogelijk om achteraf een zuivere berekening te maken van het daadwerkelijke gelopen risico.

 

Hoogte van het risicobedrag

Het nieuwe risicobedrag voor de loonkosten is € 98.000,- en voor prijsstijgingen is dit € 93.000,-.

 

Wijze van berekening

De berekening van het risicobedrag voor de loonkosten is gemaakt door 1% van de loonsom van € 9.800.000,- te nemen (incl. inhuur derden). De berekening voor die van de prijsstijgingen is gemaakt door 1% te nemen van de uitgaven aan derden, exclusief subsidies. Voor 2017 is dit een bedrag van € 9.265.000,-.

 

Beheersing van het risico

Op de hoogte van loonkosten en prijsstijgingen heeft de gemeente geen invloed.

De begroting wordt gebaseerd op de indexcijfers die het rijk afgeeft in de meicirculaire van de Algemene Uitkering. Bij het opstellen van de voorjaars- en najaarsnota wordt de vinger aan de pols gehouden met betrekking tot deze ontwikkelingen en zo nodig de begroting aangepast.

 

 6. Inkomensdeel van de Participatiewet

De WWB is vanaf 1 januari 2015 vervangen door de Participatiewet. De financieringssystematiek is vergelijkbaar en daarmee ook het risico (een open eind financiering).

Het inkomensdeel van de Participatiewet is een post die moeilijk is te beïnvloeden, al is ons proces zo ingericht dat inwoners die een beroep doen op bijstandsverlening voor levensonderhoud vanaf het eerste moment worden gestimuleerd om actief te (blijven) zoeken naar betaald werk. Wettelijk is bepaald dat alle bijstandsaanvragen in een jaar moeten worden gehonoreerd. Er kan dus geen invloed worden uitgeoefend op de hoogte van deze kosten.

Met ingang van 2015 wordt het budget niet langer bepaald door de T-2 systematiek maar door een objectief verdeelmodel, het zgn. BUIG budget. Op basis van objectieve factoren en een statistische analyse wordt een schatting gemaakt wat gemeenten uit gaan geven in een bepaald jaar. Wanneer er meer wordt uitgegeven dan 107,5% van het budget dan kan de gemeente, wanneer wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden, gebruik maken van de zogenaamde Vangnetuitkering.

 

Realisatie risico van 2016

Bij de begroting 2016 werd dit risico ingeschat op € 125.000,-. Dit risico heeft zich in 2016 niet voorgedaan. Er is vanwege de vangnetuitkering meer ontvangen dan geraamd.

 

Hoogte van het risicobedrag

Het nieuwe risico bedrag wordt vastgesteld op € 170.000,-.

 

Wijze van berekening

Berekening op basis van 5% en 2,5% van het BUIG budget 2017 van € 2.263.000,-.

 

Beheersing van het risico

Het beheersen van het aantal uitkeringsgerechtigden is alleen mogelijk door een intensief beleid gericht op uitstroom. Dit vindt plaats in de Pilot Werk.

 

7. Softwareleverancier

Omschrijving

In 2015 heeft onze belangrijkste leverancier van ICT-applicaties Pink Roccade een forse eenzijdige tariefsverhoging van ruim 40% doorgevoerd. Diverse gesprekken en juridische stappen hebben niet geleid tot een gewenste oplossing.

 

Realisatie risico van 2016

Bij de begroting 2016 werd dit risico nog niet geraamd.

 

Hoogte van het risicobedrag

Het risico wordt geraamd op € 126.000,- over het jaar 2015 en 2016.

 

Wijze van berekening

Het betreft hier de betwiste prijsverhoging.

 

Beheersing van het risico

Wij zijn in gesprek met de softwareleverancier om te komen tot een oplossing. De 3 H2O-gemeenten overwegen een aanbesteding. De bestuurlijke besluitvorming vindt naar verwachting tegen de zomer plaats.

 

8. Wonen in een geschikte woning (onderdeel van de WMO)

Omschrijving

Gemeenten hebben de wettelijke opdracht om de zelfredzaamheid en participatie van haar inwoners te bevorderen en ondersteunen, opdat de inwoner zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven wonen. De woning waarin de inwoner woont moet geschikt zijn om in te wonen ondanks diens beperkingen.

 

Realisatie risico van 2016

Bij de begroting 2016 werd dit risico ingeschat op € 100.000,-. Dit risico heeft zich in 2016 niet voorgedaan. Er is ruim € 72.000,- overgebleven van de post woonvoorzieningen.

 

Hoogte van het risicobedrag

Het risicobedrag wordt vastgesteld op € 100.000,-.

 

Wijze van berekening

Het nieuwe risico wordt geschat op 2 dure woningaanpassingen van € 50.000,-.

 

.Beheersing van het risico

Dit risico is niet te beheersen. De WMO 2015 verplicht gemeenten, in een situatie waarin een cliënt niet zelf zorg kan dragen voor een geschikte woning, ondersteuning te bieden bij het realiseren van een bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte. De ondersteuning is erop gericht een cliënt in staat te stellen de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren en een gestructureerd huishouden te voeren. Er wordt uitgegaan van een ‘wooncarrière’, waarbij de woning wordt aangepast op de levensfase. Daarbij mag er van uit worden gegaan dat in redelijkheid rekening wordt gehouden met bekende beperkingen, ook wat betreft de voorzienbare ontwikkeling van die beperkingen.

Als uit de beoordeling van het college blijkt dat het wonen in een geschikt huis ook is te bereiken via een verhuizing, dan heeft dit de voorkeur. Dit is uiteraard alleen aan de orde als verhuizen de goedkoopst adequate oplossing is.

 

9. Bouwvergunningen (onderdeel van de WABO)

Omschrijving

De ontvangsten van leges Omgevingsvergunningen hebben een niet voorspelbaar verloop.

Sinds 2010 zijn er jaren waarin er een hogere opbrengst werd gerealiseerd dan geraamd, maar er zijn ook magere jaren. Het jaar 2014 en 2015 zijn licht positief uitgevallen, mede als gevolg van de leges vanwege werkzaamheden in de Hoogwatergeul.

Het jaar 2016 laat een sterk positief resultaat zien, maar voor deze extra inkomsten zijn ook extra uitgaven gedaan om de extra werkzaamheden te dekken (inrichten flexibele schil met externe medewerkers).

Al met al is het moeilijk te voorspellen hoeveel bouwaanvragen er in een jaar binnen komen. Dit is erg afhankelijk van economische ontwikkeling en rentestanden, met in het verlengde daarvan de woningbouw, het aantal verbouwingen en overige bouwprojecten.

 

Realisatie risico van 2016

Bij de begroting 2016 werd dit risico ingeschat op € 70.000,-. In werkelijkheid heeft zich het risico niet voorgedaan. Er werd ruim € 74.000,- meer leges ontvangen dan geraamd. 

 

Hoogte van het risicobedrag

Wij stellen het nieuwe risicobedrag voor de komende jaren vast op € 70.000,-.

 

Wijze van berekening

In de begroting is vanaf 2017 een bedrag geraamd van € 285.000,-. Het risicobedrag is berekend door 25% van deze € 285.000,- als risico te zien. Dit percentage is moeilijk te onderbouwen, maar op deze manier wordt er in de reservepositie van de gemeente wel rekening gehouden met tegenvallers voor deze post.

 

Beheersing van het risico

Bij de voorjaars- en najaarsnota worden de resultaten en de ontwikkelingen in beeld gebracht en wordt er op basis van de beschikbare informatie een extrapolatie gemaakt van de verwachte inkomsten, waarop het budget wordt aangepast.

 

10. Rentekosten in de begroting

Omschrijving

In de paragraaf Financiering staat een beschrijving van de financieringsfunctie. Bij liquiditeitstekorten dient een keuze gemaakt te worden om kort of lang geld aan te trekken. Door renteontwikkelingen brengt het lenen van financieringsmiddelen risico’s met zich mee. In het jaar 2016 is het financieringstekort geraamd op € 8.733.000,-. Om dit tekort af te dekken wordt rekening gehouden met een rentelast van 3%. De aandacht voor de schuldpositie van de gemeenten is de laatste jaren toegenomen. De totale hoogte van de langlopende schulden bedraagt per inwoner van de gemeente Heerde een bedrag van € 2.168,- (peildatum 1-1-2017).

 

Realisatie risico van 2016

Bij de begroting 2016 werd dit risico ingeschat op € 43.500,-. Het risico heeft zich in 2016 niet voorgedaan omdat de rente uiteindelijk lager was dan geraamd.

 

Hoogte van het risicobedrag

Het nieuwe risicobedrag is berekend op € 47.500,-.

 

Wijze van berekening

De financieringsbehoefte in de begroting 2017  is geraamd op een bedrag van € 9,5 miljoen. Een half procent risico van dit bedrag is € 47.500,-.

 

Beheersing van het risico

Alle gemeenten hebben te maken met de Wet financiering decentrale overheden (Fido). Verder is het gemeentelijk beleid opgenomen in het Treasurystatuut. De wet Fido en dit statuut kadert de financierings- en beleggingsactiviteiten. Hierdoor worden de risico’s zo laag mogelijk gehouden. Om de risico’s verder nog te beheersen wordt frequent een liquiditeitsprognose opgesteld. Deze prognose geeft een inschatting van de cash flow en is een belangrijk hulpmiddel voor het eventueel aantrekken en uitzetten van gelden en de hoogte ervan. Verder zijn wij gehouden aan een kasgeldlimiet. Het is niet toegestaan om voor langere tijd (> 3 achtereenvolgende kwartalen) meer dan dit bedrag “rood” te staan of dit tekort af te dekken met een kortlopende lening (< 1 jaar). Dit tekort moet dan worden afgedekt met een langlopende lening.

Voor een overzicht wordt hier een tabel met alle risico’s gepresenteerd:

 

Resumé risico's

In totaal becijferen we het structurele risico op € 1.415.500,- en het incidentele risico op € 3.026.000,-.

Naast deze risico’s wordt nog het volgende niet financieel in te schatten risico genoemd:

- De inning van de eigen bijdrage van de WMO voorzieningen. Opgemerkt wordt dat het CAK afhankelijk is van zorgaanbieders voor wat betreft aanlevering van juiste gegevens, het CAK eventueel zelf onjuiste berekeningen maakt van eigen bijdragen en dat het CAK een onjuiste afdracht doet aan de gemeente. Dit risico is kleiner geworden doordat een deel van de zorgklanten is overgestapt naar de Algemene Voorziening en het aantal zorgklanten ook is gedaald. De werkzaamheden van het CAK worden overigens wel afgedekt met een accountantsverklaring.

- Fiscale risico’s. Alle gemeenten hebben te maken met fiscale wetgeving die voortdurend in beweging is. De aandacht voor een juiste toepassing/naleving daarvan krijgt steeds meer aandacht van de Belastingdienst. Door de Belastingdienst wordt steeds strenger opgetreden en het opleggen van (forse) boetes bij geconstateerde onjuistheden komt steeds vaker voor. Ondanks alle vereenvoudigingswensen is de fiscale regelgeving op vele terreinen per saldo niet eenvoudiger, maar juist ingewikkelder geworden. Desondanks probeert de gemeente toch de meest fiscaal gunstige weg te bewandelen. Met ingang van het jaar 2016 komt er voor de gemeenten een nieuw belastinggebied bij, namelijk de Vennootschapsbelasting (VPB). Over de precieze toepassing zijn al vele notities verschenen, maar desondanks zijn er nog veel onduidelijkheden.

 

Relatie tussen risico's en weerstandscapaciteit

Hieronder wordt in een tabel aangegeven hoe de risico’s in verhouding staan ten opzichte van de weerstandscapaciteit. De conclusie is dat de weerstandscapaciteit zowel structureel als incidenteel afdoende is. 

Structurele weerstandcapaciteit

De in deze paragraaf berekende structurele risico’s (dus zonder die van de grondexploitatie, verbonden partij bedrijventerrein Hattemerbroek en softwareleverancier) zijn € 1.415.500,-. Afgezet tegen de € 2,9 miljoen ruimte die we nog hebben ten opzichte van de duurste gemeente kan de conclusie getrokken worden dat wij die ruimte hebben.

Maar, het ramen van deze risico’s moet wel in het juiste perspectief worden gezien. Het is nog geen uitgaaf en niet alle risico’s zullen zich naar verwachting op hetzelfde moment voordoen.

 

Incidentele weerstandscapaciteit

De in deze paragraaf berekende incidentele risico’s van € 3.026.000,- bestaan uit die van de eigen gemeentelijke grondexploitaties, van de verbonden partij bedrijvenpark Hattemerbroek en softwareleverancier. Deze risico’s moeten afgedekt worden door de reserve Grondexploitatie van € 4.706.000,-. Zoals het overzicht laat zien is dit voldoende.

 

 

In het kader van realistisch ramen gaan we met ingang van de begroting 2018 ons, voor wat betreft de ruimte in de lokale heffingen (OZB), niet meer baseren op de duurste gemeente (€ 2.900.000,-), maar op de ruimte in de OZB tarieven volgens de artikel 12 norm (€ 442.000,-).

 

Kengetallen en Weerstandsratio

Kengetallen

Door een wijziging in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeente (BBV),

moeten er in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing kengetallen

opgenomen worden. De op te nemen kengetallen zijn: netto schuld quote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. Doel is om het voor raadsleden eenvoudiger te maken om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente Heerde.

 

  

Toelichting:

 1a. Netto schuldquote

De netto schuld geeft de verhouding weer van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de baten. De netto schuldquote geeft een indicatie van de zwaarte van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Onze gemeente scoort hier gemiddeld.

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen

Om inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De manier waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dit verschil dat ook alle verstrekte leningen worden opgenomen. De verstrekte leningen betreffen doorgeleend geld aan Vitens en aan de ROVA. Onze gemeente scoort hier gemiddeld.

 2. Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. In het algemeen wordt een getal onder de 20% als risicovol gezien en boven de 50% als veilig. Onze gemeente scoort hier nog net  gemiddeld.

 3. Structurele exploitatieruimte

Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Om de structurele lasten en baten te bepalen worden de incidentele lasten en baten van de totale lasten en baten afgetrokken.

De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Onze gemeente scoort hier risicovol.

Oorzaak van dit negatieve kengetal is het negatieve  jaarrekeningsaldo en het feit dat de ontvangsten van de precariorechten gestort worden in de reserve. Dit werkt in dit kengetal door als een uitgave voor de exploitatie.

4. Grondexploitatie

De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Voor de berekening van dit kengetal wordt de boekwaarde van de bouwgrond in exploitatie gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken en uitgedrukt in een percentage. Het risicopercentage in onze gemeente is laag.

De deelname van Heerde aan het gezamenlijk bedrijventerrein is hier niet meegerekend. Dit is namelijk geen grondexploitatie van de gemeente zelf.

5. Belastingcapaciteit

De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde, de rioolheffing en afvalstoffenheffing. Dit wordt afgezet tegen de gemiddelde woonlasten in Nederland in het voorafgaande jaar. Onze gemeente scoort een hoog kengetal voor de gemiddelde woonlasten.

Weerstandsratio

De weerstandsratio is een kengetal dat aangeeft in welke mate de gemeente in staat is om risico’s op te vangen. Dit kengetal wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Eenvoudig gezegd betekent dit: welk bedrag is berekend aan risico’s en welk bedrag is er om deze risico’s af te dekken. In dit overzicht worden twee kengetallen gegeven. De eerste is het weerstandsratio in relatie tot de totale reservepositie en de tweede is het weerstandsratio in relatie tot alleen de reserve Grondexploitatie. De conclusie van beide kengetallen is dat de risico’s ruim afgedekt worden door de reserves.