Meer

Inhoud

§ Financiering

In deze paragraaf wordt de financieringsfunctie beschreven. De belangrijkste taak hiervan is om te zorgen voor voldoende liquide middelen zodat de gemeente Heerde haar programma's kan uitvoeren. Het uitzetten en aantrekken van gelden tegen zo gunstig mogelijke tarieven hoort ook bij deze functie. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een actuele liquiditeitsprognose.

Volgens artikel 10 lid 2 van de ‘Financiële verordening gemeente Heerde’ houdt het college zich bij de uitvoering van deze financieringsfunctie aan de richtlijnen die staan in het Treasurystatuut. De raad heeft dit Treasurystatuut op 29 oktober 2007 vastgesteld. In artikel 4 van dit statuut is aangegeven dat het college in deze paragraaf verslag moet doen van:

  • Alle ontwikkelingen die voor het komende jaar van belang zijn voor de liquiditeitspositie en het aantrekken en uitzetten van gelden;
  • De kasgeldlimiet;
  • Een overzicht van de renterisiconorm voor de komende jaren;
  • Een uiteenzetting van de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte;
  • Een raming van de te verwachten rentekosten en renteopbrengsten;
  • De rentevisie.

Beleidskader

De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) en de Gemeentewet zijn kaderstellend voor deze paragraaf.
De Gemeentewet regelt de samenstelling, inrichting en bevoegdheid van het Gemeentebestuur. In de Wet fido staan de regels voor het financieringsbeleid voor gemeenten. De Wet hof moet ervoor zorgen dat het Nederlandse begrotingstekort beperkt blijft tot 3%.
Het gemeentelijk beleid is opgenomen in het Treasurystatuut. In artikel 3 van dit statuut staan de volgende doelstellingen:

  • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
  • Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s;
  • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;
  • Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut.

Ontwikkelingen

Liquiditeitsontwikkeling 2016

Voor 2016 was er een financieringstekort van € 6.553.300,- voorzien. Dit zou betekenen dat er in het loop van het jaar lang vreemd geld (> 1 jaar) moest worden aangetrokken om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. In werkelijkheid is dit financieringstekort fors lager uitgekomen ( ruim €  4.700.000,- aan het eind van het jaar). Omdat de kasgeldlimiet (zie hieronder) nog maar kortstondig is overschreden in 2016 kon er worden volstaan met het aantrekken van kort vreemd geld (< 1 jaar). Hiermee is maximaal geprofiteerd van het lage rentepercentage, deze was voor kortlopende geldleningen zelfs negatief, en is er ruim  € 31.000,- verdiend aan het aantrekken van deze kortlopende geldleningen.

 

Kasgeldlimiet

De rente onzekerheid voor de korte termijn wordt uitgedrukt in de kasgeldlimiet. Voor 2016 is deze kasgeldlimiet vastgesteld op € 3.200.000,- (8,5% van het begrotingstotaal). Deze limiet houdt in dat het niet is toegestaan om voor langere tijd (> 3 achtereenvolgende kwartalen) meer dan dit bedrag 'rood' te staan of dit tekort af te dekken met een kortlopende lening (< 1 jaar). Er moet dan een langlopende lening (consolideren) worden afgesloten om dit tekort af te dekken. Er kan ook een plan worden opgesteld waarin wordt aangegeven hoe op termijn de kasgeldlimiet wordt hersteld. De toezichthouder bij de provincie moet dit plan goedkeuren.

 

Uit onderstaand overzicht blijkt dat de kasgeldlimiet in het 1e kwartaal en in het 4e kwartaal van 2016 is overschreden. Er is dus (nog) geen sprake van langdurige overschrijding.

 

Renterisiconorm

De rente onzekerheid voor de lange termijn wordt uitgedrukt in de renterisiconorm. Het percentage voor de renterisiconorm is vastgesteld op 20% van de totale vaste schulden (leningen > 1 jaar). Dit houdt in dat de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van de totale vaste schuld. Spreiding van de looptijd van de leningen en/of leningen afsluiten waarbij jaarlijks wordt afgelost verkleinen de kans op een overschrijding van de renterisiconorm.

 

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de renterisiconorm in 2016 niet is overschreden. Ook voor de komende jaren is dit niet het geval.

 

Drempelbedrag schatkistbankieren

Het rijk heeft de gemeenten verplicht om overtollige middelen aan te houden in rijks schatkist (schatkistbankieren). Wel mogen gemeenten  een maximumbedrag aan liquide middelen 'in eigen beheer' houden, het zogenaamde drempelbedrag; voor de gemeente is dit voor 2016 € 288.200,-.

In onderstaand overzicht is te zien of dit drempelbedrag wel of niet wordt overschreden; in 2016 is dit niet het geval geweest.

 

 

Liquiditeitsprognose, banken en leningen

Jaarlijks wordt er een liquiditeitsprognose opgesteld. Deze prognose geeft een inschatting van de in- en uitstroom van liquide middelen (cashflow).   Het is een belangrijk hulpmiddel voor het eventueel aantrekken en uitzetten van gelden (financieringsbehoefte).  De gemeente Heerde heeft met drie banken een relatie. De BNG (Bank voor Nederlandse Gemeenten) is de huisbank. Daarnaast heeft de gemeente rekeningen bij de Rabobank en de ING-bank. Het gebruik van contante geldmiddelen is beperkt tot de legeskas bij Burgerzaken. Het saldo van de zeven langlopende geldleningen die de gemeente Heerde heeft afgesloten is per 1 januari 2016 € 44.655.000,-. Op deze leningen wordt jaarlijks lineair afgelost. Het gemiddelde rentepercentage van deze leningen bedraagt 2,87%.

Rentevisie en -kosten

Rentevisie kan kortweg worden omschreven als de toekomstverwachting over de renteontwikkeling, zowel op de geldmarkt (< 1jaar) als op de kapitaalmarkt (> 1 jaar). Hoe verder deze periode in de toekomst ligt, hoe moeilijker het is om hiervoor een voorspelling te doen. De Europese Centrale Bank (ECB) streeft stabiliteit na in het herstel van de economie. Mede hierdoor zijn de rentetarieven ook voor 2016 laag en stabiel gebleven.

Door de komst van het schatkistbankieren vloeien overtollige gelden rechtstreeks terug in de schatkist.  Uitzettingen mogen alleen nog plaatsvinden naar andere decentrale overheden mits er geen sprake is van financieel toezicht.

Gemeenten (en dus ook de gemeente Heerde), hebben regelmatig behoefte aan geld. Dit houdt verband met het voorgeschreven comptabele systeem waarbij de lasten van de investeringsuitgaven worden gespreid over de jaren waarin de investering wordt afgeschreven. De geldstroom heeft hierdoor pieken en dalen terwijl de exploitatie veel gelijkmatiger verloopt.  Hierdoor is het noodzakelijk om investeringen te financieren (=er geldmiddelen voor ter beschikking te krijgen). Daarnaast is er vaak een financieringsbehoefte omdat er een tekort ontstaat in de rekening van baten en lasten, bijvoorbeeld doordat de lopende inkomsten achterblijven bij de uitgaven. Om in de financieringsbehoefte te voorzien kunnen er interne financieringsmiddelen (reserves) en externe financieringsmiddelen (leningen / rekening-courant krediet) worden ingezet. Hierdoor ontstaan rentekosten.

De rentekosten over de interne financieringsmiddelen (het eigen vermogen van de gemeente) waren voor 2016 geraamd op € 608.600,-. De werkelijke rentekosten bedroegen € 635.800,-. De rentekosten over het lang vreemd vermogen waren geraamd op € 1.020.000,-. Dit bedrag is in werkelijkheid ook uitgegeven.  De overige rentekosten om het financieringstekort mee te compenseren waren begroot op € 249.300,-. Door de negatieve rente op kort vreemd vermogen is dit bedrag helemaal niet uitgegeven maar is hierop € 31.100,- verdiend.

Naast rentekosten ontstaan er ook rente- en dividendopbrengsten door het uitlenen of beleggen van gelden. Op 1 januari 2016 was er geraamd dat er in totaliteit  € 1.752.100,- aan gelden is uitgezet. Hiervan heeft € 1.695.800,- betrekking op leningen (geraamde renteopbrengst € 73.200,-; werkelijke renteopbrengst € 76.000,-).  Het restant ad. € 56.300,- zijn beleggingen (geraamde dividendopbrengst € 142.000,-; werkelijke dividendopbrengst € 222.800,-).